Waarom is luchtvochtigheid in een kweekruimte belangrijk?

Wat is precies vochtigheid? Hoe beïnvloedt het planten? Als de regelaar van de luchtvochtigheid in een kweekruimte, is het belangrijk dat je begrijpt wat het met de gezondheid van je gewassen doet.

 

Je kent wel van die hele warme dagen, dat het niet uitmaakt wat je doet, je koelt gewoon niet af. Dat komt voornamelijk door hoge luchtvochtigheid! Wanneer de lucht om ons heen is verzadigd met waterdamp, is het onmogelijk om onszelf af te koelen, het zweet op onze huid kan dan niet verdampen.

Dan heb je ook nog van die dagen dat het relatief warm is, maar je de hele dag in de zon kan blijven en het toch relatief koel is. Dat is te wijten aan een lage luchtvochtigheid!

De lucht is vrij droog, waardoor zweet van onze huis kan verdampen, wat ons koel houdt. Daarentegen, een extreem lage luchtvochtigheid (25% en lager) kan schadelijke effecten hebben op mensen, zoals droge huid, geïrriteerde ogen en ademhaling.

Het grappige is dat dit hetzelfde is voor planten. De luchtvochtigheid is een van de meest onderschatte milieuaspecten van een binnentuin, en het is zeker iets wat we in de gaten moeten houden.

Voordat we de technische kant inslaan met relatieve luchtvochtigheid en waarom het essentieel is om het te monitoren en controleren. Uiteindelijk wil je extremen voorkomen. Een goed luchtvochtigheidspercentage tijdens de vegetatieve groei is ongeveer 60-70%, want voordat de plant een goed wortelstelstel heeft gevormd, zal de plant het makkelijker vinden om een balans van wateropname en verlies van water te houden. Tijdens de bloei fase, is het de gewoonte om de luchtvochtigheid te laten dalen tot 40-50% om schimmels en ziektekiemen te voorkomen. Maar het zorgt ook voor een goede beweging van water, voedingstoffen en mineralen door de plant om bloemen of vruchten te vormen. Stekken zijn speciaal en vereisen 90% luchtvochtigheid om nieuwe wortels te vormen, terwijl de zaailingen het goed doen rond de 60% luchtvochtigheid.

Dit stukje is de essentiële informatie de we moeten weten. Nu kunnen we een beetje dieper in gaan op de technische aspecten van de luchtvochtigheid.

Sleutelwoorden van luchtvochtigheid

Transpiratie: De snelheid waarmee de plant vocht afvoert en absorbeert. Dit helpt om de plant af te koelen en zorgt voor een stroom van water, voedingstoffen en mineralen.

Huidmondjes: Dit zijn poriën die vocht reguleren in de plant. Ze helpen dramatische veranderingen in het vochtgehalte te beschermen.

Verzadiging: Wanneer een gas de maximalen waterdamp vasthoudt bij een bepaalde temperatuur, wordt er gezegd dat het verzadigd is. Als je extra water aan een verzadigd gas toevoegt of wanneer de temperatuur daalt, zullen sommige waterdampen condenseren.

Relatieve Luchtvochtigheid (RV): Het is de verhouding van het werkelijke waterdampgehalte en de verzadigde hoeveelheid waterdamp bij een gegeven temperatuur en druk in procenten.

Het essentieel om de luchttemperatuur te weten bij het meten van de relatieve vochtigheid. Dit komt omdat het ‘relatieve’ deel hoofdzakelijk met de temperatuur te maken heeft en hoe verzadigd de lucht is bij de huidige temperatuur. Bijvoorbeeld, als de temperatuur stijgt in de kweekruimte, zal de luchtvochtigheid naar beneden gaan, zodat bij een relatieve luchtvochtigheid van 50% een temperatuurstijging van 20-21 graden zal plaats vinden. Dit zal de relatieve luchtvochtigheid laten dalen met 3%. De digitale thermometer die je eigenlijk moet kopen bij de lokale kweek winkel, komt meestal gepaard met een hygrostaat en het is een essentieel stuk van uw apparatuur op zijn zachts gezegd.

Om te begrijpen hoe planten leven onder verschillende niveaus van luchtvochtigheid, moeten we eerst begrijpen hoe een plant werkt. Alle planten staan kooldioxide (CO2) toe door middel van de kleine openingen in hun bladeren, ook wel huidmondjes genoemd. Zij gebruiken deze mondjes tijdens de fotosynthese. De plant regelt de hoeveelheid CO2 door het openen en sluiten van de huidmondjes, op deze manier kan het vocht ontsnappen van de bladeren.  

Als de luchtvochtigheid in de kweekruimte laag (droog) is, wordt ervoor gezorgd dat de plant veel sneller kan transpireren dan in een hogere vochtige omgeving. Wanneer dit gebeurt zullen de bladeren slap worden en verwelken, en na een langere tijd zal de plant de huidmondjes sluiten en de stroming van het water zal daardoor verminderen binnen in de plant. Dit is handig voor verlies van water, maar het vermindert ook de opname van CO2. Zonder voldoende toevoer van CO2, zullen de cellen beginnen te sterven en zal de plant er moe en ziek uitzien.

Het belangrijkste om te onthouden is dat de droge lucht het water sneller uit de bladeren haalt dan dat de wortels kunnen aanvoeren. Onder deze omstandigheden maakt het niet uit hoeveel water je de plant geeft, het gaat niet helpen. Daarnaast zal te veel water het zuurstofgehalte uit de wortelzone (rhizosfeer) halen, waardoor er nog meer problemen optreden.

Als een plant de juiste luchtvochtigheid heeft in het stadium van de groei zal het de huidmondjes volledig openen, en zal de plant genieten van een goede aanvoer van CO2, de plant kan dan ook gecontroleerd water laten gaan uit de bladeren.

Het verlies van water uit de plant naar de atmosfeer is bekend als evapotranspiratie. Planten reguleren het verlies van water door het openen en sluiten van wachtcellen, maar ook door  de dampdruk gradiënt (wat het verschil is tussen het waterdampgehalte van de atmosfeer en de dampdruk binnen de substomatale holte). Dit brengt ons tot het volgende belangrijke punt, dat is de lucht rondom de planten.

Een laag van verzadigde of gedeeltelijke verzadigde lucht is opgebouwd rondom het blad als er geen beweging is in de lucht. Lichte beweging zal deze verzadigde lucht weghalen van het blad, en dit helpt bij het koelen van het blad door warmteoverdracht door convectie van het bladoppervlak. Deze beweging van water weg van de plant maakt het mogelijk om meer watermoleculen door de plant zijn aderen, stengel en de wortels te laten gaan. Het creëert een negatieve waterdruk in de wortelzone, die de plant de mogelijkheid geeft om te ‘drinken’. Dit proces staat bekend als osmose.

Het is belangrijk om te onthouden dat een hoge windsnelheid van bijvoorbeeld ventilatoren de lucht sneller zal doen bewegen en dit resulteert in een droge atmosfeer die het vochtverlies verhoogt – wat we niet willen tijdens de vegetatieve groei. Daarom moeten de ventilatoren op de laagste stand staan en ze moeten ook niet direct gericht staan op de planten, maar ergens tussen de bovenkant van de plant en onder de lichten van de kweekruimte. Na al deze informatie lijkt het misschien moeilijk waar je moet beginnen. Daarom zijn hier een paar tips.

  1. Vergeet niet dat als je het licht uit zet, de temperatuur zal dalen en de relatieve luchtvochtigheid zal stijgen. Het kan verstandig zijn om de lucht draaiende te houden nadat de lichten uit zijn, of te investeren in een aantal kachels zodat er niet een te drastische temperatuurdaling is. Hiermee wordt voorkomen dat het water wat de plant afzet op andere planten en de muren, schimmels en ziektekiemen veroorzaakt.
  2. Wanneer de lichten weer aan gaan zal de temperatuur toenemen, en de relatieve vochtigheid zal daardoor dalen. Een goede investering om deze daling tegen te gaan is een luchtbevochtiger die op een timer werkt. De beste is er een die ultrasone trillingen gebruikt, zodat het water vrij koel en niet gestoomd is.
  3. Dus houdt de luchtvochtigheid onder controle, hoger in de vegetatieve groei en lager tijdens de bloeifase.

Zoals gezegd aan het begin van het artikel, planten, net als mensen leven beter in een milieu dat stabiel is. Of het nu de relatieve luchtvochtigheid is of om de temperatuur schommelingen te voorkomen dat er drastische veranderingen in korte periodes van tijd.